1️⃣De verhouding tussen de Woo en de Wob als het gaat om artikel 5.1 lid 2 Woo en het oude artikel 10 lid 2 Wob.
“De wetgever heeft geen verandering beoogd in de manier waarop de bestuursrechter onder de Woo de toepassing door een bestuursorgaan van een relatieve weigeringsgrond toetst.
De wetgever heeft de formulering van artikel 5.1, tweede lid, van de Woo juist dicht bij die van artikel 10, tweede lid, van de Wob gehouden, zodat onder de Woo gemakkelijk kan worden aangesloten bij de Wob-rechtspraak over de relatieve weigeringsgronden (Kamerstukken II 2015/16, 33 328, nr. 22).”
✅ De wijziging in de letterlijke tekst, betekent dus zeker geen wijziging in de toepassing ervan.
2️⃣ De toepassing van de “i-grond” van artikel 5.1 lid 2 sub i.
Bij toepassing van de i-grond is een zorgvuldige motivering nodig, met een duidelijke inhoudelijke uitleg waaruit blijkt dat vertrouwelijkheid essentieel is en openbaarmaking het functioneren daadwerkelijk belemmert.
Deze uitspraak laat nog beter zien wanneer deze grond wél passend is. Bij ministeriële, diplomatieke of bestuurlijke processen waarin vertrouwelijkheid een vanzelfsprekend onderdeel is van het werk, kan de i-grond eerder op een juiste en overtuigende manier worden ingezet.
✅ Een intern overleg of een interne ideeënbus levert niet zonder meer een situatie op waarin openbaarmaking het functioneren van de staat schaadt. Bij vertrouwelijke of diplomatiek gevoelige ministeriële overleggen ligt dat anders. Daar maakt vertrouwelijkheid deel uit van het proces en kan de i-grond wél snel relevant zijn.